'Fijn Wild' 

1. Niemand was er om haar wildheid te verwelkomen toen die werd geboren. ze zag haar zomaar verdwijnen. De libel nam haar mee op haar vlucht. "Ik zal ze bewaren tot de tijd rijp is," riep ze nog. Haar diepste geheim werd een kleine stip in de lucht.

2. Behoedzaam ging ze op zoek in een tere droomwereld. Ze vond wat ze zocht en kwam weer thuis. Ze werd het meisje dat niet wilde ontwaken.

3. Niemand wist hoe lang ze al ronddobberde op het donkere water. Haar benen waren onzichtbaar geworden. Een schrijfster zei ooit: "Wat vergeten wordt, lijkt nooit gebeurd te zijn".

Op een dag besloot ze een been te laten groeien. Terwijl dat gebeurde, verborg ze haar hoofd en romp. In een poging overeind te blijven was ze liever onzichtbaar.

4. Haar schelp werd haar broedplaats. Stilaan ontgroeide ze en werd broos de wereld in gezet.

5. Geen armen om zich vast te grijpen, slechts stramme benen om te stappen. Haar hoofd werd leeggeblazen en de wil om te vliegen werd zichtbaar.

6. Haar weke delen omhuld met stekels en punten. Schouders beladen, armen als wapens. Of leek het alleen maar zo.

7. Met een onbestemd gevoel van melancholie vertrok ze. Het werd een vreemde ontmoeting met de wezens. Zij brachten haar de beelden en de woorden die lange tijd in haar werkelijke herinneringen hadden gewoond.

8. Haar wildheid had lange tijd gerijpt. De libel keerde terug.